22143
post-template-default,single,single-post,postid-22143,single-format-standard,stockholm-core-1.2.1,select-child-theme-ver-1.0.0,select-theme-ver-5.2.1,ajax_fade,page_not_loaded,wpb-js-composer js-comp-ver-6.2.0,vc_responsive

ZUURSTOFKAPJE

Happen naar adem. Daar begint het steeds meer op te lijken. Vandaag besloot ik om aan mijn dagelijkse dosis zuurstof -buitenlucht- te komen en mijn afvalstoffen een gezonde weg naar buiten te gunnen, weer eens te gaan wandelen in één van de prachtige nog redelijk ongerepte natuurgebieden bij mij in de buurt. Redelijk ongerept vanwege wegschietende hazen pal voor mijn voeten bij daglicht, wilde ganzen met kroost dat alarmerend op de vlucht slaat bij het naderen van mijn twee stelten en wapperende haren, een vogel die zenuwachtig flapperend boven mijn hoofd blijft hangen opdat ik haar nest vooral geen kwaad doe. Ultieme vrijheid dus. Het raakt me, al die alarmbellen die afgaan zodra ik me in hun territorium begeef. En ik voel diep respect, spreek hen rustig toe geen vrees van me te hoeven hebben. Het enige wat ik wil, is genieten van hen in al hun puurheid. Op ‘gepaste afstand’. En dat is vele malen meer dan 1,5 meter. Omdat ik hen laat in wie ze zijn en hen geen enkel kwaad wil doen. Verre van.

Dat kwaad is wel een dingetje. Net als dat territorium. Mijn territorium. Ik voel me een soort sluimerend aanwezig kwaad berokkend bij het idee dat ik me elk moment tot ‘de goede orde’ geroepen weet door een boswachter, boa of misschien zelfs wel politieagent -you never know op ‘t platteland, tijdsbesteding is hier relatief- verhuld in camouflage kleding. En die dan natuurlijk zomaar opeens uit de bosjes tevoorschijn springt. Op heterdaad betrapt. Geen ontkomen meer aan. Volledig vout met een dikke F.

Zo voelt het wel. Alsof we misdadigers in onze eigen privé ruimte zijn. Want waar gaat het nog over? Zodra ik mijn voet buiten de deur zet, ben ik eigenlijk al in een soort van overtreding. Waarvoor weet ik nog niet, maar we verzinnen wel wat. Wellicht omdat ik gewoon dooradem?

En dat terwijl ik als ieder normaal gezond mens gewoon lucht wil happen. Lucht, één van de vier basis elementen om normaal -haha, ja …- te kunnen blijven functioneren. Zonder kapje, waar of met wie dan ook. Met respect voor ieders persoonlijke ruimte. En dat is voor mij sowieso heel normaal.

Ruimte. Zo kan ik de uiteenzetting van Maurice de Hond -Man bijt Hond- enorm waarderen. Zijn conclusie na gedegen onderzoek: zodra we ons begeven in een massa mensen in een relatief afgesloten ruimte is de kans op welk virus of bacterie dan ook, vrijwel onontkoombaar. Logisch, er is geen frisse lucht. Mensen in vluchtelingenkampen hebben nergens hinder van, geen virus of wat dan ook, concludeert De Hond. Simpelweg omdat zij geen gesloten deuren en ramen om zich heen hebben. Wél frisse lucht. Dat roept bij mij de ervaring van een aantal jaren geleden op. Een benefietavond in een afgesloten ruimte zonder ventilatie met honderden mensen. Nu ben ik nooit ziek, de dag erna des te meer sinds jaren.

Dus … ventileer. In de ruimste zin des woords. Roep, juich, aanbid, vertel en schreeuw. Als het maar tot zuurstof leidt. Opdat het geen lijden met een lange ij en een zuurstofkapje op wordt …