22166
post-template-default,single,single-post,postid-22166,single-format-standard,stockholm-core-1.2.1,select-child-theme-ver-1.0.0,select-theme-ver-5.2.1,ajax_fade,page_not_loaded,wpb-js-composer js-comp-ver-6.2.0,vc_responsive

WILDGROEI

Bizar hoe ons bureaucratisch systeem werkt. Een paar dagen terug was ik met mijn vriendin en naamgenoot aan de wandel in onze ogenschijnlijk ongerepte Flakkeese natuur, waar menige tak, blad, stam en struik welig woekert. Prachtig, echt genieten zoals we samen buiten de geijkte verharde paden door het gras struinden, voluit in alle vrije ontdekking voorop gegaan door de nieuwe hondenliefde van mijn vriendin. Gered uit het asiel en zo blij als een echte pup met haar veilig aan zijn zijde wetend. Wat een liefde.Liefde ja. De zon op onze bol, af en toe stond ik stil om zo’n tak te plukken als aanvulling op mijn bos wildgroei thuis in een bij de kringloop gescoorde vaas die ik als blikvanger in mijn riante raamkozijn heb geplaatst. Eigenlijk geheel onbureaucratisch wild gepoot. Het is tenslotte ook míjn huis. Dus ik bepaal.

Over huizen gesproken. Iets of iemand staat als een huis, in volledige vrijheid een eigen plek innemend in deze wereld. Of een andere wereld. Voor wie zich niet van deze wereld voelt. Niet geheel ondenkbaar in deze dan wel toekomstige tijden. Dat laat ik daar. Wat ik niet daar laat, is het koesteren van je eigen huis, de plek die je thuis doet komen. Jouw basis. En wat als die er niet meer is? In welke vorm dan ook? Over wildgroei gesproken. Jemig. Waar ik in mijn vorige column verhaalde over mediatransparantie, is ‘wild’ een ding van geheel andere orde. Zo ook vanuit bepaalde genormeerde oogpunten is het graf van de recent overleden zoon van mijn dierbare vriendin ‘wild’. What are we talking about? Hij was 24 jaar en kwam om bij een bizar ongeluk. Feitelijk trok hij de wereld waarin we leven, niet. Kan ik erg inkomen. Hij leefde geheel vrij vanuit zichzelf, ‘wild’ en liet zich in geen enkel bureaucratisch benauwd bonkend hokje duwen. Van mijn vriendin begrijp ik dat hij gelukkiger is dan ooit op de plek waar hij nu verkeert. Hoe mooi is dat, zijn ziel kent rust. Hij is thuis. Een verlangen dat menigeen onder ons kent, alleen vaak geen gehoor aan geeft.

Logisch ook wel, rationeel beschouwd. We worden, als we niet alert zijn en blijven, meegezogen in het regeltjes systeem. Rust, de ‘kringloop’ van ons bestaan, is in dat opzicht een relatief begrip. Rust kent vele invullingen. Die rust kent zijn weerga in het beleven en doorleven van rouw. Waar mijn vriendin, haar man en de zus en broer van haar overleden zoon alle tijd, rust, ruimte en begrip van de wereld voor nodig hebben. En dat is een heel proces. Rouwen kost tijd. Zonder wijzers, zonder klok. Er staat geen tijd voor. Geen wijzers, geen protocollen. Niets van dat al. En daarin zit ‘m precies de mangel. De mangel die bureaucratie heet. Het woord alleen al. Ik krijg er haren van op mijn rug.

Diezelfde haren rezen me te berge. Ze bezorgden me koud en kaal kippenvel tot op mijn botten. Het feit dat eerst een door de ambtenarij ingezette medewerker -met een verstandelijke beperking weliswaar, alleen zonder begeleiding van een buddy op zulke gevoelige rustplekken- de ‘wildgroei’ -zoals persoonlijke stenen en schelpen- rond het graf van de zoon van mijn vriendin vrijelijk wegschoffelde. Zijn nog enige aanwezige aardse thuisplek, zijn persoonlijke graf met liefde doordrenkt door zijn dierbaren, werd à la Vinex woonbouwwijken ‘schoon’ geschoffeld. Mijn bek brak open.

En niet alleen daarom. Want wat is het geval? De kringloopwinkel waar hij in volle glorie groeide en glansde, gaf hem na zijn overlijden een steen van een heus hunnebed. Die steen zou bij zijn graf komen. Zou. Zover is het namelijk nog niet. Voor het plaatsen van het bewuste monument bij zijn laatste aardse thuisplek dient een vergunning à raison van 250 euro te worden aangevraagd. Daar bovenop nog eens 80 euro voor het plaatsen van planten. Vergunning. Vaute boel. Vergunning voor een persoonlijk aandenken rond jouw eigen laatste rustplek à raison van al zo’n slordige 2000 euro. Dan moeten er ook nog tekeningen komen van een echte ontwerper, de omvang mag maar van beperkte afmetingen zijn, het materiaal en de kleur moeten breeduit belicht worden … en dan is het afwachten geblazen. Paar weekjes of wat. Nu maar hopen dat de pet van de goedkeurende ambtenaar goed andersom staat en hij of zij een en ander niet rücksichtlos van tafel schoffelt, want misschien vindt hij of zij rastakleuren toch niet zo passend op een Vinex-plek … Vrees dat we het daarmee in een wereld als deze niet gaan redden. Laat staan dat de rust rond de wildgroei zijn weerga kent …