Taalergernis | De Appel: bureau in communicatie
21923
post-template-default,single,single-post,postid-21923,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,select-child-theme-ver-1.0.0,select-theme-ver-3.8.1,wpb-js-composer js-comp-ver-5.1.1,vc_responsive

Taalergernis

Taalergernis. Daar hebben we een punt te pakken. De eenduidigheid binnen onze Nederlandse taal is ver te zoeken. Verbasteringen als ‘me’ in plaats van ‘mijn’ zijn eerder regel dan uitzondering. Een doorn in het oog. Wat te denken van kromme vervoegingen als ‘ik doet nog even een wandelingetje’? Onjuist gebruik van d’s en t’s van ‘hen’ of ‘hun’ nog buiten beschouwing gelaten.
 
Helemaal vreemd is het niet dat we zijn afgedwaald van onze wortels. De ontwikkeling van het Nederlands is er één voortkomend uit een samensmelting van vele varianten. Zo is het Nederlands een Indo-Europese, Germaanse taal die vooral in Nederland, Vlaanderen en Suriname wordt gesproken. Onze taal is nauw verwant met de andere West-Germaanse talen: Engels, Fries, Duits, Nederduits, Letzeburgs en de dochtertaal Afrikaans. Tel daarbij onnoemelijk veel dialecten op en de logica is zoek. Niet verwonderlijk dat taalkundige capriolen aan de orde van de dag zijn.
 
Ernstiger wordt het wanneer tijdens de aftrap van De Week van het Nederlands -die nog tot en met 15 oktober duurt- zelfs Kevin de Coninck, algemeen secretaris ad interim van de Nederlandse Taalunie, niet kan uitleggen dat goed Nederlands moeilijk is te definiëren en dat hij er als West-Vlaming onder gebukt gaat dat hij problemen heeft met de ‘g’ en de ‘h’. Aldus vertelde hij tijdens een interview daags voorafgaand aan De Week in het Radio 1-programma De Ochtend. Opmerkelijk is dat bij een blik op de website van de Taalunie in één summiere zin het doel van De Week van het Nederlands staat omschreven: het belang van het Nederlands onder de aandacht brengen. De waarde van onze moerstaal in slechts luttele woorden. Punt. Komma …?
 
Treffend in deze is de keuze van ‘s Weeks motto: ‘grootste taalergernissen’. “Kennen en kunnen, de Gooise ‘r’: stuk voor stuk kwesties die dertig jaar geleden óók al genoemd werden.” Beetje flauw van onze Belg. Zijn taalprobleem is ver te zoeken. Hij zegt gewoon hout in plaats van het standaard Nederlandse goud en ’out in plaats van hout. Overigens is hij hier niet de enige in. De Zeeuwen lusten er ook pap van, hoewel het Zeeuws geen officieel dialect -meer- is.
 
En passant afrekenen met de meest gemaakte taalfouten kan ‘niet boeien’. Slechts een signalering van die taalfouten. Zo noemden luisteraars van het Radio 1-programma ‘me broer’, ‘jou tante’, het door elkaar halen van ‘kennen’ en ‘kunnen’, ‘hun hebben’, ‘zich irriteren aan’, de Gooise ‘r’ en dat was het dan. Het waren ‘kwestietjes die dertig jaar geleden óók al genoemd werden’. Niets nieuws onder de zon. Varianten die in de afgelopen decennia niet verdwenen zijn en geen millimeter aan terrein hebben gewonnen.