-1
archive,category,category-geen-categorie,category-1,stockholm-core-1.2.1,select-child-theme-ver-1.0.0,select-theme-ver-5.2.1,ajax_fade,page_not_loaded,wpb-js-composer js-comp-ver-6.2.0,vc_responsive

WILDGROEI

Bizar hoe ons bureaucratisch systeem werkt. Een paar dagen terug was ik met mijn vriendin en naamgenoot aan de wandel in onze ogenschijnlijk ongerepte Flakkeese natuur, waar menige tak, blad, stam en struik welig woekert. Prachtig, echt genieten zoals we samen buiten de geijkte verharde paden door het gras struinden, voluit in alle vrije ontdekking voorop gegaan door de nieuwe hondenliefde van mijn vriendin. Gered uit het asiel en zo blij als een echte pup met haar veilig aan zijn zijde wetend. Wat een liefde.Liefde ja. De zon op onze bol, af en toe stond ik stil om zo’n tak te plukken als aanvulling op mijn bos wildgroei thuis in een bij de kringloop gescoorde vaas die ik als blikvanger in mijn riante raamkozijn heb geplaatst. Eigenlijk geheel onbureaucratisch wild gepoot. Het is tenslotte ook míjn huis. Dus ik bepaal.

Over huizen gesproken. Iets of iemand staat als een huis, in volledige vrijheid een eigen plek innemend in deze wereld. Of een andere wereld. Voor wie zich niet van deze wereld voelt. Niet geheel ondenkbaar in deze dan wel toekomstige tijden. Dat laat ik daar. Wat ik niet daar laat, is het koesteren van je eigen huis, de plek die je thuis doet komen. Jouw basis. En wat als die er niet meer is? In welke vorm dan ook? Over wildgroei gesproken. Jemig. Waar ik in mijn vorige column verhaalde over mediatransparantie, is ‘wild’ een ding van geheel andere orde. Zo ook vanuit bepaalde genormeerde oogpunten is het graf van de recent overleden zoon van mijn dierbare vriendin ‘wild’. What are we talking about? Hij was 24 jaar en kwam om bij een bizar ongeluk. Feitelijk trok hij de wereld waarin we leven, niet. Kan ik erg inkomen. Hij leefde geheel vrij vanuit zichzelf, ‘wild’ en liet zich in geen enkel bureaucratisch benauwd bonkend hokje duwen. Van mijn vriendin begrijp ik dat hij gelukkiger is dan ooit op de plek waar hij nu verkeert. Hoe mooi is dat, zijn ziel kent rust. Hij is thuis. Een verlangen dat menigeen onder ons kent, alleen vaak geen gehoor aan geeft.

Logisch ook wel, rationeel beschouwd. We worden, als we niet alert zijn en blijven, meegezogen in het regeltjes systeem. Rust, de ‘kringloop’ van ons bestaan, is in dat opzicht een relatief begrip. Rust kent vele invullingen. Die rust kent zijn weerga in het beleven en doorleven van rouw. Waar mijn vriendin, haar man en de zus en broer van haar overleden zoon alle tijd, rust, ruimte en begrip van de wereld voor nodig hebben. En dat is een heel proces. Rouwen kost tijd. Zonder wijzers, zonder klok. Er staat geen tijd voor. Geen wijzers, geen protocollen. Niets van dat al. En daarin zit ‘m precies de mangel. De mangel die bureaucratie heet. Het woord alleen al. Ik krijg er haren van op mijn rug.

Diezelfde haren rezen me te berge. Ze bezorgden me koud en kaal kippenvel tot op mijn botten. Het feit dat eerst een door de ambtenarij ingezette medewerker -met een verstandelijke beperking weliswaar, alleen zonder begeleiding van een buddy op zulke gevoelige rustplekken- de ‘wildgroei’ -zoals persoonlijke stenen en schelpen- rond het graf van de zoon van mijn vriendin vrijelijk wegschoffelde. Zijn nog enige aanwezige aardse thuisplek, zijn persoonlijke graf met liefde doordrenkt door zijn dierbaren, werd à la Vinex woonbouwwijken ‘schoon’ geschoffeld. Mijn bek brak open.

En niet alleen daarom. Want wat is het geval? De kringloopwinkel waar hij in volle glorie groeide en glansde, gaf hem na zijn overlijden een steen van een heus hunnebed. Die steen zou bij zijn graf komen. Zou. Zover is het namelijk nog niet. Voor het plaatsen van het bewuste monument bij zijn laatste aardse thuisplek dient een vergunning à raison van 250 euro te worden aangevraagd. Daar bovenop nog eens 80 euro voor het plaatsen van planten. Vergunning. Vaute boel. Vergunning voor een persoonlijk aandenken rond jouw eigen laatste rustplek à raison van al zo’n slordige 2000 euro. Dan moeten er ook nog tekeningen komen van een echte ontwerper, de omvang mag maar van beperkte afmetingen zijn, het materiaal en de kleur moeten breeduit belicht worden … en dan is het afwachten geblazen. Paar weekjes of wat. Nu maar hopen dat de pet van de goedkeurende ambtenaar goed andersom staat en hij of zij een en ander niet rücksichtlos van tafel schoffelt, want misschien vindt hij of zij rastakleuren toch niet zo passend op een Vinex-plek … Vrees dat we het daarmee in een wereld als deze niet gaan redden. Laat staan dat de rust rond de wildgroei zijn weerga kent …

ROOK

Waar ‘we’ een aantal maanden geleden tijdens onze geplastificeerde lockdown onderling oneindig tolerant waren, breekt nu als vanouds de pleuris weer uit. Wat hebben we ons mooi laten beetnemen met onze mondkapjes, handgels en 1,5 meter afstand. Het lijkt wel een naar sprookje, verkeerd gepositioneerd in de tomeloze tijdmachine waarin we leven.

Funny fairytales doen de media alleen niet aan. En ik kan het weten, want ik ben van huis uit journalist. Ik droeg alleen nimmer een lange regenjas met notitieblokje, pen en bijpassende sigaar, ben tenslotte ook geen vent. Laat staan van de Havana’s. In sigaarvorm dan. Ik kan als lichte astma-patiënt slecht tegen rook. Van rook -wierrook en rook van haardblokken- krijg ik spontaan herpes. Een koortslip dus. Weet ik sinds een aantal maanden, dacht altijd dat dat kwam door gemeenschappelijke genen enzo. Mijn vader kreeg zo’n lip, ik ook, dus het zal wel een familiedingetje zijn. Veronderstelde ik. Niets is minder waar, hielp mijn orthomoleculair geneeskundige mij een tijdje terug uit de droom. 

En zo zijn er meer dromen. Met weliswaar een iets andere insteek. Tja, wie heeft ze niet? Dromen staan ver van de relatieve nachtmerrie die corona heet. En wel om genoemde reden. De media. De fucking media. Ik weet nog goed dat ik als bleu havo-meisje opgegroeid in het nette Oostvoorne -mét aardappel in de kakkerige keel ‘Oostveurn’- op Voorne-Putten waar ik me meestal een rotte appel voelde omdat ik niet aan de geijkte verwachtingen en houdingen volgens Veurnes normen voldeed, recht uit de bijna 19 jaar beschermde klei richting Utrecht vertrok. Een wereldstad in mijn ogen waar ik Journalistiek ging studeren. Wat een desillusie als ‘waakhond der democratie’ in spé.

Want waakhond? Democratie? Geen van beide vooronderstellingen bleek minder waar te zijn. Het eerste dat me werd verteld tijdens een module ‘Nieuwsbericht’ is dat de boodschap in ‘t bewuste stukkie vooral en eigenlijk alleen moet verkopen. Niets meer, niets minder. Huh? En de boodschap dan? Iets moois delen, vertellen, doorleven en vanuit mijn hart schrijven wat mensen willen weten? Ja, dat was ook eventueel wel mooi meegenomen. Vooral de kop moest triggeren. Breek me de bek niet open … En ‘t moest natuurlijk toch ook zeker wél enige nieuwswaarde hebben. Nu alleen wel ff eerst stante pede de deadline halen. De persen draaien tenslotte niet voor de kat zijn viool. Best apart in een huidige tijd waarin online geen drol kost.

Ik kreeg dus vooral mee dat het om de verkoop van de krant of het tijdschrift ging. Je voelt ‘m al aankomen … reuzesprong van 25 jaar van 1995 naar anno 2020 -met na zes in plaats van vier jaar en een illusie armer maar met m’n diploma op zak-: corona betekent winst! Niet in bewustzijn, niet in groei. In pegels. Jawel. Muchos klinkende ontsmette munten. De rest blijft een eeuwig durend sprookje. Ik kan me zodoende best inleven in een relatief slaperige rol als Doornroosje. Haar tijdloosheid zou me best kunnen bevallen … de ontwapenende kus van de prins neem ik op de koop toe.